Boekrecensie: De Permanente Oliecrisis - Rembrandt Koppelaar en Willem Middelkoop

Recensent: Edgar Johannsmann
Publicatiedatum: 5 september 2008

Conclusie

de permanente oliecrisis - willem middelkoop en rembrandt koppelaar.gif

Het is een goed boek voor de geïnteresseerde leek als startpunt voor zijn/haar persoonlijke oriëntatie. Om een goed beeld van alle facetten van de gehele problematiek en mogelijke oplossingsrichtingen te krijgen, is verdere verdieping via andere bronnen onontbeerlijk. 

Ondanks de hier genoemde kanttekeningen en con’s is het boek zoals gezegd aanbevelenswaardig voor de geïnteresseerde leek én voor onze politici die tot op heden de kop in het zand hebben gestoken. Hen wordt wel geadviseerd zich verder in de materie te verdiepen, want voor gedegen beleid of politieke besluitvorming is de kennis zoals gepresenteerd in dit boek onvoldoende.

Voor mensen met kennis van de materie, professionals en wetenschappers biedt dit boek weinig toegevoegde waarde, maar vormt het wel een leuk overzicht bij wijze van samenvatting van de materie. En uiteraard staat het leuk in de boekenkast.

Algemene kritiek

Algemeen kritiekpunt is dat er te weinig expliciet stelling wordt genomen. Men neemt wel impliciet stelling; door de regels heen lezen we bijvoorbeeld een pro-kernenergie standpunt. Men vertelt het verhaal en haalt vele bronnen aan, maar geeft niet expliciet aan tot welke conclusies men zelf komt.

Uitgangspunt van de auteurs is dat we grote problemen kunnen verwachten als we nu niet snel een oplossing zoeken. Waaruit hun oplossing bestaat schrijven ze niet. Ze laten op vrij neutrale wijze een aantal alternatieve energiebronnen en -dragers de revue passeren, maar ze komen niet met scenario's en keuzes.

Daarnaast is hun uitgangspunt dat we ons economische systeem en welvaartsniveau willen handhaven of zelfs uitbreiden. Fundamentele stappen terug op (energie)consumptiegebied hoor ik hen niet als (deel van de) oplossing aandragen.

Onderstaand worden de pro’s kort weergegeven. Daarna volgt een uitgebreidere bespreking van de kritiekpunten; de con’s. 

Pro’s en Con’s

Pro’s

  • Zeer helder taalgebruik
  • Goede structuur aan de hand van 100 vragen van +- 1 pagina wordt het verhaal verteld.
  • Uitstekend te volgen en geschikt als eerste introductie in de problematiek voor leken, ongeacht opleidingsniveau.
  • Veel cijfermateriaal, bronnen en goede grafieken.
  • Goede uitleg over de geologische aspecten van olie, olievelden en oliewinning en van het concept Peak Oil, maar dat mag ook verwacht worden van iemand als Rembrandt Koppelaar (Stichting Peak Oil Nederland).
  • Duidelijke aandacht voor politieke dimensie; waarom doen politiek en andere belanghebbenden of er niets aan de hand is.
  • De nadelen en ongewenstheid van 1e generatie biobrandstoffen (brandstof in concurrentie met voedsel) worden goed uit de doeken gedaan.
  • De aantijging tegen de Nederlandse overheid inzake het ontbreken van een integraal samenhangend energiebeleid. Op dit punt durft men een duidelijke stellingname aan.
  • Men concludeert dat niet tijdig anticiperen leidt tot een serieuze teruggang in economie en welvaart. 

Con’s

  • De toonzetting/woordkeus ten aanzien van de ernst van de problematiek is naar mijn mening te neutraal en gematigd. De ernst zou in veel scherpere bewoording moeten worden neergezet om bij beleidsmakers en publiek enige 'sense of urgency' te kweken.
  • De eigen visie van auteurs komt onvoldoende naar voren; zo schetst men a) geen heldere energiescenario's en b) men toont geen eigen samenhangende visie op de oplossing van de problematiek; hoe moeten we op ieder scenario anticiperen (op losse punten/alternatieven wordt aangegeven waar men vindt dat het naartoe moet, maar deze worden niet ondergebracht in een samenhangend geheel/integrale oplossingsvisie).
  • Geen uitleg waarom 2e en 3e generatie biobrandstoffen niet tijdig uitkomst bieden.
  • Te beknopte weergave van waterstof als alternatief. Vooral de nadelen worden onvoldoende belicht (zoals de langdurige en dure aanleg van de benodigde infrastructuur en het grote brand- en explosiegevaar).
  • Bij waterkracht als alternatief heeft men het slechts over waterkrachtcentrales gebaseerd op stuwdammen in rivieren, maar men vergeet veelbelovende alternatieven als golf- en getijdekrachtcentrales en thermische centrales (gebruikmakend van watertemperatuurverschillen) in zee.
  • Er wordt niets gezegd over geothermische energie (warmte-energie uit de aarde) en de toepassing van warmtepompen.
  • De ernst van de voedselcrisis als gevolg van de fossiele brandstofproblematiek wordt onvoldoende duidelijk gemaakt. Er wordt weliswaar vermeld dat onze gehele moderne landbouw en de bijbehorende hoge opbrengst is gebaseerd op fossiele brandstoffen (fossiele brandstoffen worden gebruikt voor de productie en operatie van landbouwvoertuigen en bestrijdingsmiddelen en kunstmest worden tevens geproduceerd met fossiele brandstoffen). Wat men echter niet vermeldt zijn de catastrofale gevolgen: met het wegvallen van aardolie verliezen we ongeveer een derde van de wereldwijde landbouwproductie. Bij de huidige wereldbevolking van 6 miljard mensen, betekent dit dat 2 miljard monden niet meer (voldoende) gevoed kunnen worden en dat er dus 2 miljard mensen ondervoed raken en wellicht zelfs de hongerdood sterven! De eerste en meeste doden zullen in arme landen vallen. Wij in het westen zullen eerst met zeer hoge voedselprijzen en afname van de breedte van het assortiment te maken krijgen, voordat in het ergste geval eventueel ook bij ons de honger intreedt. Deze alarmerende redenering van hongersnood ontbreekt, waardoor de ernst van de situatie door de auteurs onvoldoende wordt benadrukt. Men stelt in vage bewoordingen dat 'slechts een forse ingreep in de voedselmarkt kan voorkomen dat voedseltekorten ontstaan'. Waaruit zo'n ingreep da zo bestaan blijft in het ongewisse.
  • Er wordt qua huishoudelijke energievoorziening niet gesteld/gepropageerd dat er naast centrale energievoorziening ook decentrale opties of combinaties van beide mogelijk zijn (autonome of netgekoppelde decentrale systemen).
  • Er wordt niets gezegd over de mogelijkheid van energiebesparing op productieprocessen en door individuele huishoudens.
  • Er wordt niets vermeld over de mogelijkheid voor eigen duurzame energieopwekking door bedrijven en huishoudens (PV-zonnepanelen, zonneboilers, passieve zonne-energie, warmtepompen, huishoudelijke windmolens e.d.).
  • Om de voedselcrisis te bezweren beveelt men aan om westerse protectionistische maatregelen bij de wereldhandel in landouwproducten op te heffen ten gunste van de ontwikkelingslanden. Dit heeft weliswaar een gunstig effect op de economieën van deze landen, maar extra productie zal betekenen dat men minder voor de eigen monden zal produceren en daarnaast doet het de mondiale goederenstromen toenemen; iets dat men juist niet meer wil voor de CO2-uitstoot en niet meer kan door de hoge brandstofprijzen.
  • Men beveelt aan om kustmest in arme landen te subsidiëren. Ook dit is uiteindelijk geen goede maatregel; de ontwikkelingslanden raken dan net als wij verslaafd aan kunstmest. De subsidies zullen steeds hoger moeten worden door de almaar stijgende olie- en gasprijs. Als er geen vervanger voor fossiele brandstof in de kunstmestproductie komt, zal de productie van kunstmest rond de olie- en gaspeak afnemen. Laatste argument tegen deze maatregel is dat reguliere kunstmest de grond uitput. Het voegt slechts een drietal stoffen toe (Stikstof, Fosfor en Kalium1). Het menselijk lichaam heeft veel meer stoffen nodig (mineralen en sporenelementen) die niet in voldoende mate voorkomen in gewassen die kunstmatig bemest zijn. Men lost met kunstmest mogelijk (tijdelijk) kwantitatief wat knorrende magen op, maar introduceert kwalitatief suboptimale gewassen en de daaruit voortvloeiende gebreksziekten. In dat geval kan men gelijk de voedingssupplementen er achteraan sturen.
  • Men concludeert dat niet adequaat anticiperen op de problematiek niet alleen leidt tot daling van de welvaart, maar ook tot daling van het welzijn. Dit laatste is arbitrair; er zijn namelijk allerlei positieve welzijnseffecten denkbaar.
  • Bij de oliebron teerzanden worden correct alle nadelen vermeld en er wordt aangegeven dat teerzanden maar een klein deel van een evtuele oplossing zijn. Hoe verschrikkelijk klein dat deel is en dat het daardoor een schijnoplossing of te verwaarlozen oplossing is komt echter onvoldoende uit de verf. De totale Canadese teerzanden leveren een olieverbruik dat gelijk is aan slechts drie maanden wereldolieverbruik bij het huidige gebruik!
  • De nadelen van kernenergie worden niet goed belicht. Het wordt voorgedaan als een reële keuzeoptie. Nergens wordt gerept over de grote gevaren van radioactief afval, de immense halveringstijden, waardoor we toekomstige generaties met grote problemen opzadelen, de lage EROEI (Energy Return On Energy Invested) en het optreden van peak uranium. Ook wordt nergerns vermeldt dat kernmenergie financieel geheel niet rendabel is als de kosten van eeuwenlange opslag en bewaking zouden moeten worden verdisconteerd in de prijs. Risico's van proliferatie en terroritsiche aanslagen worden al evenmin serieus behandeld. Het enige dat wordt gesteld is dat bouw grote inspanningen vergt en dat bekwaam personeel schaars is.

Algemene gegevens boek

druk: 1e druk
jaar: 2008
ISBN nr.:9789046804162 
Auteurs: Rembrandt Koppelaar en Willem Middelkoop

Noten 

1. De huidige kunstmest is z.g. NPK-mest, bestaande uit de 3 elementen Stikstof (N), Fosfor (P) en Kalium (K); bron: Mutsaers, H., Wat artsen je niet vertellen, 2003 

Over de recensent

De recensent, drs. Edgar P. Johannsmann, is van huis uit bedrijfskundige. Hij is organisatieadviseur en tevens onafhankelijk onderzoeker op het gebied van grote mondiale problemen in hun onderlinge samenhang, waarvan uitputting van natuurlijke hulpbronnen en in het bijzonder fossiele brandstoffen er één is.

Contact

Indien u geïnteresseerd bent wat de olieproblematiek voor uw organisatie betekent of als u anderszins vragen heeft kunt u contact opnemen met Edgar Johannsmann via ons algemene telefoonnummer of per mail.