Auteur: Edgar Johannsmann
Publicatiedatum: 10 april 2008
Offshoring lijkt voor bedrijven een goed alternatief. Voor individuele bedrijven kan het dat ook zijn, als zij het bezien vanuit korte- en middellange termijn eigenbelang en mits zij het goed aanpakken en zich bewust zijn van de culturele en taalbarrières. Macro-economisch gezien levert het echter een heel ander beeld op; offshoring is vernietigend voor onze eigen economie en maatschappij.
Offshoring van laagopgeleid werk
Eerst werd alleen laagopgeleid werk geoffshored. Dit heeft tot gevolg gehad dat een groot deel van het laagopgeleide werk in Nederland is verdwenen. De meeste laagopgeleide mensen zijn niet in staat om zichzelf hoger te scholen, met als gevolg dat ze levenslang werkloos raken. Als wij als maatschappij kiezen voor offshoring van laagopgeleid werk (en daar hebben wij lang geleden al voor gekozen), moeten we de consequenties accepteren. Consequentie is een leger van levenslang werkloze laagopgeleiden. Als we hen geen zinnig alternatief bieden om hun leven nuttig vorm te geven binnen de maatschappij, staan ze hun leven lang aan de zijlijn en dat alleen omdat wij zonodig goedkope Chinese prullaria bij de Blokkers en Kruidvaten willen kopen. Wij dienen ons zeer wel bewust van te zijn van wat we hiermee aanrichten.
Offshoring van hoogopgeleid werk
Maar het kan nog erger en bedreigender voor ons hoogopgeleiden: sinds een tijdje wordt namelijk ook hoogopgeleid werk geoffshored. Dit is begonnen met ICT-(programmeer)werk dat veelal naar India werd uitbesteed, maar wordt gevolgd door vele andere soorten hoogopgeleid werk. Ook de hoogopgeleiden zijn niet meer veilig, terwijl bij het offshoren van laagopgeleid werk altijd werd gesteld dat dit niet zozeer een bedreiging hoefde te zijn, want dat Nederland zich met zijn hoge lonen moet richten op hoogopgeleid werk en activiteiten met hoge toegevoegde waarde. De grond onder deze redenering is nu echter weggeslagen.
De toekomst van Nederland als we niets doen
Nederland dreigt internationaal in de marge te geraken (en met ons natuurlijk gelijksoortige economieën). We worden een land van werklozen, waar bedrijvigheid wegvloeit. De rijken die hun geld goed hebben belegd kunnen vooralsnog in Nederland blijven en lekker rentenieren, de flexibele en kansrijke middenklasse kan Nederland verlaten en zijn heil elders zoeken, maar de minder bedeelde onderklassen en mensen die emotioneel hechten aan hun geboorteland en niet bereid zijn te verhuizen, verworden tot een leger van armen, net zo lang tot Nederland een lagelonenland wordt en buitenlandse bedrijven zich om die reden hier gaan vestigen. Dit lijkt een doemscenario, maar niemand heeft mij er nog van kunnen overtuigen dat dit geen realistisch scenario is.
Wat overblijft in Nederland zijn uitgedunde overheden en maatschappelijke organisaties (uitgedund omdat ze door de economische malaise sterk hebben moeten bezuinigen), dienstverleners op nationaal en lager niveau en middenstand. Landbouw, productie en dienstverlening die onderhevig zijn aan mondiale concurrentie, zijn allemaal verdwenen.
Dit zijn de gevolgen van mondialisering en het daarvan afgeleide offshoring en het wegvallen van allerlei protectionistische maatregelen; de vrijhandel die door zolang op allerlei fronten bevochten is. Is dit nou wat we met z’n allen willen? De voorstanders van globalisatie zeggen steevast dat we geen keuze hebben, maar dat is niet zo. We hebben weldegelijk een keuze, maar daarvoor moet wel de (politieke) wil zijn om een fundamenteel andere keuze te maken, bij voorkeur in Europees verband, maar desnoods als Nederland alleen.
[In dit artikel gaat het slechts over de gevolgen van globalisering en offshoring onder de huidige omstandigheden. Hierbij zijn dus geen ontwikkelingen meegenomen als het opraken van fossiele brandstoffen, economische recessie of erger depressie en allerlei andere wereldproblemen die e.e.a. kunnen beïnvloeden zoals klimaatverandering en stijgende voedsel- en grondstoffenprijzen e.d.]
Hoe het ook kan
U zult zich afvragen hoe het dan wel kan? Welnu, we kunnen er (al dan niet in EU-verband) voor kiezen om hernieuwd protectionistische maatregelen in te stellen, om eigen bedrijven te bevoordelen, om ons meer op de interne markt te richten. Wat dit laatste betreft roepen globalisten altijd in koor dat Nederland een open economie moet zijn, omdat we een veel te kleinen interne markt hebben. Dat is klinkklare onzin. Hun stelling klopt als je uitgaat van onze uit de kluiten gewassen multinationals die streven naar mondiale marktdominantie en die jaar op jaar strijden om groei en aandeelhouderswaarde, maar dit is niet het soort bedrijven dat ik voorsta. We moeten terug naar kleinschaliger bedrijven, die zich richten op de nationale markt en die van de ons omringende landen. Bedrijven die gaan voor kwaliteit in plaats van voor kwantiteit, zowel wat betreft hun producten en diensten, als wat betreft voor hun hele zijn.
Er zal ook een omslag moeten komen in de mentaliteit van de mensen; we zullen net als vroeger met hoofd en hart moeten kiezen voor producten van eigen bodem. ‘Koop Nederlands’ dient de leus te zijn. Als consumenten en producenten dit doen is het voor de overheid niet eens nodig om protectionistische maatregelen af te kondigen. Denk er iedere keer aan als u een Nederlands product koopt dat u hiermee werkgelegenheid in Nederland creëert en behoudt. Uiteindelijk gaat het om uw eigen werkgelegenheid! Consumenten moeten afblijven van die goedkope Chinese rommel en producenten moeten terstond stoppen met het offshoren van Nederlandse banen en als zij dit zelf niet doen moet de overheid met harde hand ingrijpen.
|