| Consultants zijn betere adviseurs dan universitair onderzoekers |
|
Bron: managementenconsulting.nl Publicatiedatum: 17 januari 2008 Academische contractonderzoekers zijn vaak hypocriet en leveren minder goed werk dan echte adviseurs. Cliënten doen er vaak beter aan om consultants in te schakelen. Dat concludeert Onno Bouwmeeester in een vergelijkend onderzoek naar het advieswerk van consultants en academici. Consultants en universitair onderzoekers concurreren op de markt voor economisch advies. Consultants hebben een groter marktaandeel en vragen een hoger dagtarief. Ze krijgen vaak harde kritiek uit academische hoek: ze worden omschreven als charlatans, hun onderzoek wordt bestem- peld als quick and dirty. Is deze kritiek terecht? Verkiezen opdrachtgevers consultants ten onrechte boven academische adviseurs? In zijn proefschrift Advice as argument: economic deliberation in management consulting and academic contract research beantwoordt Onno Bouwmeester deze vragen. Hij promoveerde op 14 januari 2008 aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Uit een analyse van adviesrapporten - van consultants enerzijds en economen anderzijds - over de groei van Schiphol en over liberalisering van de elektriciteitsmarkt blijkt dat de argumenten van academici minder evenwichtig zijn. Consultants besteden meer aandacht aan tegenargumenten in de onderbouwing van hun advies. Zij bespreken bijvoor- beeld ook de negatieve effecten van liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Daarnaast zijn academische contract- onderzoekers het vaker oneens met elkaar. Academici nemen het niet zo nauw met hun eigen academische standaards. Dat maakt hun kritiek op consultants hypocriet. Economen baseren zich niet op een goede adviestheorie. De economische adviesbenadering van consultants leidt tot geloofwaardiger en evenwichtiger uitkomsten. De consultantbenadering steunt beperkt op economische theorieën en baseert zijn kracht op een intersubjectieve manier van controle. Consultants houden veel interviews en refereren meer aan ervaringen om hun advies te onderbouwen. Onno Bouwmeester, afgestudeerd econoom én filosoof, verwacht dat collega-economen hem zijn uitspraken niet in dank afnemen. Dat is dan jammer, zegt hij in de Staatscourant: "Ik kan er niets anders van maken als ik zie hoe ze zich presenteren op het gebied van bijvoorbeeld neutraliteit, en hoe ze daar vervolgens uitvoering aan geven." Bouwmeester, die na zijn studie zelf enige tijd als consultant werkte, vindt dat academici vaak een hooghartige houding hebben tegenover beroepsadviseurs: "Ze verklaren het succes van consultants door hun retorische talent, de strakke pakken en overweldigende PowerPoint-presentaties. De toonzetting is daarbij vrij heftig, vooral als je vergelijkt hoe consultants over academici praten. Hun kritiek is milder verpakt maar komt erop neer dat zij het echte werk doen, terwijl wetenschappers vooral praten." De oplossing is dat economen hun pretenties afzwakken. Ook moeten zij erkennen dat zij bij advieswerkzaamheden vaak dezelfde werkwijze hanteren als consultants. Waar moeten opdrachtgevers op letten bij de keuze tussen een universiteit of een adviesbureau? Bouwmeester: "Academici zijn goed inzetbaar bij duidelijk afgebakende, feitelijke onderzoeksvragen. Op het moment dat je het als opdrachtgever niet zo precies weet, kun je volgens mij beter met een consultant in zee gaan." |
