| Manager verdwijnt maar bureaucratie blijft |
|
Bron: intermediair.nl Officemanager, securitymanager, productmanager, salesmanager iedereen lijkt tegenwoordig manager te zijn. Maar volgens de Universiteit Maastricht is het aantal managers juist flink afgenomen. Hoe kan dat? Doen meer mensen nu het ‘echte' werk? 'One Unilever' - onder die noemer loopt sinds 2004 een reorganisatie waarmee de multinational tot 2008 jaarlijks zevenhonderd miljoen euro wil besparen. De supermarktoorlog, die een jaar eerder was losgebarsten, had in Nederland zo'n vijf procent omzet gekost. Dus moeten de kosten omlaag. Unilever hoopt dat te bereiken door het aantal werkmaatschappijen drastisch te verminderen. Daardoor daalt ook het aantal managers. Zo werd in juni 2006 een deel van het personeelsbeleid uitbesteed aan Accenture, waardoor wereldwijd 1300 van de 3300 p&o-banen verdwenen. Een paar maanden later werd de r&d voor voedingsmiddelen geherstructureerd: het aantal Europese locaties - en daarmee het aantal locatiemanagers - daalde van 64 naar 29. En vorige maand nog werden de drie marketingafdelingen in Nederland samengevoegd. Kennelijk is Unilever niet de enige onderneming die minder topzwaar wordt: tussen 2000 en 2005 nam het aantal managers in Nederland (academici die leidinggeven aan meer dan twintig mensen) met bijna een kwart af, zo blijkt uit onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. Ook het aantal leidinggevenden (hbo'ers) en het aantal bedrijfshoofden (mbo'ers) daalden. ‘Daarmee is er een eind gekomen aan de managementhausse van eind jaren negentig', zegt professor Andries de Grip van het ROA. Over de periode na 2005 zijn geen cijfers beschikbaar, maar organisatieadviseurs denken dat de trend zich heeft voortgezet. De daling van het aantal leidinggevenden is niet alleen een reactie op de laagconjunctuur tussen 2001 en 2004, maar ook op de toegenomen concurrentie vanuit het buitenland, die veel bedrijven aanzet tot schaalvergroting.
‘Die schaalvergroting - waaronder fusies van verschillende werkmaatschappijen - heeft zeker tot een verplatting in organisaties en dus tot minder bestuurders geleid', zegt Mathieu Weggeman, hoogleraar innovatiemanagement aan de Technische Universiteit Eindhoven. Bovendien zijn bedrijven volgens Weggeman steeds meer ‘netwerkorganisaties' geworden, die onderdelen van hun werk uitbesteden aan derden, zoals Unilever onlangs deed met zijn personeelsbeleid en al eerder met een deel van de financiële administratie, die werd overgedragen aan IBM. Die ontwikkelingen vragen om hoger geschoolde werknemers die die verantwoordelijkheid kunnen en durven nemen. En ook die ontwikkeling is terug te vinden in de cijfers van De Grip: het aantal beroepen op hbo- en wo-niveau stijgt sterk. ‘In een kenniseconomie werken hoogopgeleide werknemers steeds vaker in projectgroepen', zegt Theo Camps, bestuursvoorzitter van organisatieadviesbureau Berenschot. ‘In wisselende verbanden. Je moet daar geen manager boven zetten die inhoudelijk niet op de hoogte is. Dat werkt niet. Je moet de mensen zelf gezamenlijk verantwoordelijkheid laten nemen.' De krapte op de arbeidsmarkt versterkt dit proces: ‘Mensen willen meer vrijheid. Ze nemen zelf wel de leiding over hun carrière, en nemen ook graag zelf de verantwoordelijkheid. Ze krijgen die ruimte omdat bedrijven daardoor beter presteren en ook op die manier mensen aan zich hopen te binden', zegt De Rooij van Twynstra Gudde. Als het aantal managers afneemt, waarom wordt er dan nog zo veel geklaagd over managers die het de vakman onmogelijk maken zijn werk naar eigen inzicht te doen? ‘De manager is weliswaar op veel plekken verdwenen, maar de bureaucratie is gebleven', zegt René ten Bos, hoogleraar filosofie en organisatiekunde. Vroeger managede de manager het werkproces. Dat hoeft niet meer, want die hoogopgeleide professionals werken in ‘zelfsturende teams'. Wáár ze hun werk doen en wanneer maakt het bedrijf niets uit. Ze worden ‘op output gestuurd'. ‘Dat lijkt allemaal geweldig fijn', zegt Ten Bos, ‘maar die output moet wel gecontroleerd worden.' En dus moeten die professionals enorme administraties bijhouden. ‘Ze moeten zo'n beetje ieder uur verantwoorden. De overgebleven managers zijn nu boekhouders geworden die output zitten te checken.' Het aantal accountants, boekhouders, administratief medewerkers en juristen is sinds 2000 sterk gestegen. Kenmerkend voor een samenleving die juridiseert en waarin iedereen volgens Ten Bos ‘eindeloos zit te rapporteren.' Het wantrouwen dat daaruit spreekt beperkt zich niet tot het bedrijfsleven. De overheid doet er vrolijk aan mee. ‘Neem het onderwijs, neem de onderwijzeres. Ik ben er met een getrouwd, dus ik zie het van nabij. Tien jaar geleden bepaalde zij wat er gebeurde met een kind. Nu moet ze eindeloze rapporten en leerlingvolgsystemen invullen en wordt de beslissing of het kind overgaat door een manager elders genomen.'
|
