Word geen klokkenluider

Bron: depers.nl
Publicatiedatum: 5 maart 2008
Auteur: Alexander Nijeboer

De zaak-Spijkers is zonder twijfel het grootste en langst lopende klokkenluidersschandaal van Nederland. De voormalige bedrijfsmaatschappelijk werker van Defensie onthult in 1984 dat de landmacht ondeugdelijke landmijnen van Nederlandse makelij heeft gebruikt. Dit kost begin jaren tachtig in totaal aan zeven dienstplichtige militairen en aan een burgerambtenaar het leven. Bewindslieden en de landsadvocaat ontnamen hem zijn recht, de bedrijfsarts zette hem neer als patiënt en de Ombudsman deed onvolledig onderzoek. In de zaak-Spijkers ging heel veel fout.

Het onderzoeksrapport van de Universiteit van Amsterdam dat donderdag wordt gepubliceerd in het vakblad Openbaar Bestuur, kenschetst hoofdrolspelers als ‘onrechtvaardig’, ‘slecht’ of ‘kwaadaardig’. Elf academici, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), hebben onder leiding van rechtsethicus Joep van der Vliet een jaar lang onderzoek gedaan naar de zaak van Fred Spijkers. Zij concluderen dat ‘ministers, staatssecretarissen en hun ondergeschikten Spijkers gedurende 23 jaar het leven en de uitoefening van zijn rechten onmogelijk hebben gemaakt, omdat hij onrecht aan de kaak stelde.’

Spijkers, die slachtoffers van de ondeugdelijke landmijnen en nabestaanden begeleidde en ondersteunde, wordt in 1987 ontslagen. De Militaire Inlichtingendienst bestempelt hem als ‘politiek crimineel’ en bedrijfsartsen zetten hem neer als psychiatrisch patiënt. Spijkers vecht zijn ontslag met succes aan. In 2002 ontvangt hij 1,6 miljoen euro schadevergoeding van de staat. Maar daarmee is de zaak niet afgesloten.

Zo is Spijkers via een vervalst medisch rapport arbeidsongeschikt verklaard. Omdat de klokkenluider het vervalste rapport niet wil erkennen, krijgt hij sinds 1993 geen uitkering of pensioen meer. Ook ondervindt hij problemen bij het aanvragen van verzekeringen en studiefinanciering voor zijn kinderen.

Daarnaast staat Spijkers als ‘politiek crimineel’ in de defensieadministratie te boek. Deze vermelding maakt het voor hem moeilijk om reispapieren aan te vragen. Op buitenlandse reizen werd hij dikwijls gearresteerd door buitenlandse agenten die hem aan verhoren onderwierpen.

In 2002 spreken Spijkers en staatssecretaris Van der Knaap af dat de defensiedossiers worden ‘gerectificeerd’. Dit gebeurt niet. Van der Knaap plaatst – tot woede van Spijkers – alle dossiers tot 50 jaar na Spijkers’ dood in het Nationaal Archief.

Vervolgens is het de beurt aan ombudsman Brenninkmeijer om het conflict tussen Spijkers en het ministerie van Defensie te onderzoeken. Hij komt in 2006 tot een heel ander oordeel dan het rapport van de Universiteit van Amsterdam: Defensie is volgens Brenninkmeijer alle afspraken met de klokkenluider nagekomen.

Volgens de UvA-academici stapelt de ombudsman fout op fout: het rapport noemen zij een onvolledig onderzoek dat op sommige punten inhoudelijk onjuist is en Spijkers’ belangen negeert. Ook de conclusies die de ombudsman trekt noemen zij ‘aanvechtbaar’: het wegsluizen van documenten is niet in de geest van de ‘administratieve rectificatie’.

Het ergste verwijt dat de onderzoekers de ombudsman maken, is dat hij in deze zaak de schijn van belangenverstrengeling tegen zich heeft. Brenninkmeijer is in 1997 als rechter verbonden aan de Centrale Raad van Beroep (CRvB) als de ontslagzaak tegen Spijkers dient. ‘Brenninkmeijer was volgens de richtlijnen van de rechterlijke macht als bemiddelaar en onderzoeker niet onpartijdig.’

Brenninkmeijer vindt de kritiek ongefundeerd. Hij noemt het onderzoek op zijn beurt oppervlakkig. ‘Ik beschouw mezelf als volstrekt onpartijdig,’ zegt hij in een reactie. ‘In 1997 was ik lid van de CRvB. De zaak Spijkers diende echter in een andere kamer. Ik heb daar nooit bemoeienis mee gehad. Sterker, totdat ik in 2005 aantrad als Nationale Ombudsman, was ik mij er niet van bewust dat de zaak überhaupt had gespeeld bij de Centrale Raad.’

Dat justitie en de rechterlijke macht er in het onderzoek zo ongenadig van langs krijgen, verbaast Hans Crombag niet. Crombag is emeritus-hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit van Maastricht. ‘Vooralsnog zou ik niemand aanraden om ten aanzien van een overheidsinstantie als klokkenluider op te treden.’

‘Niemand in Nederland is zo lang en zo ingrijpend door de Nederlandse overheid gecriminaliseerd en zwartgemaakt,’ stelt hoogleraar bestuurskunde Leo Huberts van de Vrije Universiteit (VU).

De conclusies van de UvA-onderzoekers zijn bijna onwetenschappelijk fel van toon. ‘Ministers, staatssecretarissen en hun ondergeschikten hebben Spijkers het leven en de uitoefening van zijn rechten gedurende 23 jaar onmogelijk gemaakt, omdat hij onrecht aan de kaak stelde.’

Het rapport meldt verder: ‘De onthutsende conclusie is dat sommige hoofdrolspelers namens de rechtsstaat niet eens ‘onrechtvaardig’ waren, maar erger: ze hebben rechtstatelijke middelen 23 jaar lang gebruikt om onrecht te begaan en zijn dus ‘slecht’ of zelfs ‘kwaadaardig’ wegens de onverschilligheid over dat onrecht.’

Het draait allemaal om Spijkers’ onthulling dat de landmacht ondeugdelijke landmijnen van Nederlandse makelij heeft gebruikt. In totaal kost dit in 1983 en 1984 zeven dienstplichtige militairen en een burgerambtenaar het leven. Negen militairen raken voor hun leven verminkt. Maatschappelijk werker Spijkers strijdt voor de rechten van de nabestaanden en wordt uiteindelijk via een vervalst psychiatrisch rapport door zijn werkgever Defensie op een zijspoor gezet.

Eind 2006 beginnen de aan de UvA verbonden rechtsfilosoof Joep van der Vliet en zijn team van elf academici een onderzoek naar malversaties, onbehoorlijk en onprofessioneel gedrag van bewindslieden, topambtenaren en juristen in de klokkenluiderszaak. Bewindslieden van Defensie, ambtenaren en bedrijfsartsen schenden volgens de onderzoekers op grote schaal gedrags- en behoorlijkheidsregels, misbruiken bevoegdheden en plegen in sommige gevallen mogelijk valsheid in geschrifte.

Verantwoordelijke bewindslieden grijpen niet in, maar schakelen de landsadvocaat in om Spijkers op afstand te houden. Zo verdedigt landsadvocaat Rolf de Groot van het Haagse kantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn namens Defensie met succes drie frauderende bedrijfsartsen voor het Medisch Tuchtcollege.

‘De landsadvocaat wist of kon weten van de valsheid in geschrifte, van het misbruik van bevoegdheden en van het overschrijden van hun competentie en behoorde daarnaar te handelen. Een advocaat mag geen onwaarheden verkondigen en hij mag de rechten van derden niet schenden.’

Ook in de rechtszaal vindt Spijkers de landsadvocaat op zijn pad. Weer vertelt De Groot onwaarheden en kwalificeert hij de klokkenluider als ‘een paranoïde man die fictie en werkelijkheid niet kan scheiden’, aldus het rapport. ‘De landsadvocaat heeft Spijkers ernstig geschaad. Zijn betoog was onwaar en dat wist hij, althans dat behoorde hij te weten. Spijkers mocht verwachten dat een advocaat van de overheid geen onwaarheden zou verkondigen en zorg en respect zou tonen voor zijn persoon en zijn rechten.’ De landsadvocaat speelt tot op heden een belangrijke rol in de zaak-Spijkers.

Van alle bewindslieden zijn de onderzoekers het meest kritisch over de rol die staatssecretaris Van der Knaap heeft gespeeld, kort voordat hij in 2007 Defensie verruilt voor het burgemeesterschap van Ede. Hij is afspraken niet nagekomen – onder meer door een bindend advies van onderzoeksbureau KPMG naast zich neer te leggen en niet in te grijpen als de Belastingdienst Spijkers een aanslag van ruim 900.000 euro stuurt over zijn belastingvrije schadevergoeding. Ook sluist Van der Knaap het volledige dossier zonder toestemming van Spijkers weg naar het Nationaal Archief. Daarnaast heeft de voormalig staatssecretaris Spijkers onnodig in diskrediet gebracht, stellen de onderzoekers.

Zij hekelen vooral dat documenten tegen de zin van de klokkenluider naar het Nationaal Archief zijn weggesluisd. In het dossier zou op grote schaal valsheid in geschrifte zijn gepleegd. Spijkers zelf wil inzage krijgen in deze vervalste documenten, maar Van der Knaap weigert dit. De staatssecretaris heeft ruim 700.000 euro gespendeerd aan onderzoekers en advocaten om het dossier geheim te houden, zo blijkt uit documenten in het bezit van De Pers.

Zware verwijten zijn er eveneens voor de landelijke officier van justitie die, volgens de onderzoekers, ten onrechte weigert artsen in dienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor valsheid in geschrifte te vervolgen. Het Haagse Gerechtshof oordeelt in 1999 dat de artsen moeten worden vervolgd, maar schort strafrechtelijke vervolging op omdat Spijkers en Defensie over een civielrechtelijke schikking onderhandelen. Uit het UvA-rapport: ‘Het Hof wekte tenminste de schijn van partijdigheid door een verkeerde beslissing in het voordeel van de overheidsdienaren die met vervolging werden bedreigd. Het Hof miskende het rechtsstatelijke belang van de zaak.’

‘Partijdigheid’ is ook een woord dat valt als een gerechtelijke uitspraak uit 1997 van beroepsrechter Hans Vermeulen wordt besproken. De rechter was mogelijk al eerder als ambtenaar bij het ontslag van Spijkers betrokken en spreekt jaren later een voor de klokkenluider nadelig vonnis uit. ‘Vermeulen schond zijn verschoningsplicht en de eis van onpartijdigheid door een zaak te behandelen waarbij hij via een vroegere werkkring was betrokken’, stellen de onderzoekers.

‘Het zorgwekkende van de zaak is dat alle correctiemechanismen in deze zaak faalden,’ zegt hoogleraar integriteit van bestuur Hans van den Heuvel van de VU. ‘Het druist in tegen alle regels van integriteit en is erg verontrustend.’ Van den Heuvel – tevens hoofdredacteur van Openbaar bestuur, het vakblad dat het onderzoek publiceert – en Huberts roemen het wetenschappelijk onderzoek naar de zaak-Spijkers. De hoogleraren noemen het artikel over de rol van gezagsdragers in deze zaak ‘origineel en heel fundamenteel.’

Het onderzoek toont volgens Van den Heuvel aan dat bestuurders en politici in klokkenluiderszaken geen verantwoordelijkheid willen nemen. ‘Het gebrek aan moreel leiderschap, de afstandelijkheid en de lafheid spatten van de bladzijden. Niemand voelt zich moreel verantwoordelijk of wenst moreel te worden aangesproken.’ De rechtsstaat vergt meer correctiemechanismen, zo leert dit onderzoek volgens de geleerden.

Minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken zou het artikel volgens de hoogleraren moeten lezen. Zij weigert tegemoet te komen aan een meerderheid in de Tweede Kamer, die klokkenluiders beter wil beschermen. Volgens de PvdA-minister volstaat de huidige bescherming. ‘Als de minister zich dertig minuten in de zaak-Spijkers zou verdiepen,’ stellen Van den Heuvel en Huberts, ‘dan weet ze dat het een drogreden is.’

Chronologie Zaak-Spijkers

1983: In Oldebroek komen zeven beroepsmilitairen om, negen raken levensgevaarlijk gewond na een ongeluk met een AP-23 landmijn in een leslokaal.
1984: Eveneens in Oldebroek komt defensieambtenaar Rob Ovaa om bij het testen van een AP-23 landmijn. Spijkers begeleidt slachtoffers en nabestaanden uit ’83 en ’84.
1985: Een geheim onderzoek van de marechaussee stelt dat Ovaa ‘onvoorzichtig’ is geweest. Gevolg: geen schadevergoeding voor de weduwe.
1986: Spijkers steunt de weduwe Ovaa, wordt op non-actief gezet en moet zich medisch laten keuren. Hij wordt door de Militaire Inlichtingendienst als ‘politiek-crimineel’ bestempeld.
1987: De bedrijfsmaatschappelijk werker krijgt ontslag aangezegd.
1988: Hij vecht zijn ontslag met succes aan, maar mag van de defensieleiding niet terugkeren. Spijkers wordt door bedrijfsartsen als psychiatrisch patiënt neergezet.
1989: Bij McDonald’s in Huis ter Heide wordt Spijkers beschoten. Hij overleeft de aanslag.
1991: Hij vecht het vervalste medisch rapport aan, maar vindt geen gehoor bij de beroepscommissie van bedrijfsartsen.
1992: Mensenrechtenorganisatie Global Initiative on Psychiatry adopteert Spijkers en noemt de zaak ‘politiek misbruik van psychiatrie’.
1993: Spijkers wint wederom een rechtszaak, maar verliest zijn uitkering omdat hij weigert een verklaring te ondertekenen die stelt dat hij arbeidsongeschikt is. Hij zit sindsdien zonder inkomen thuis.
1994 – 1996: Defensiestaatssecretarissen Ton Frinking en Jan Gmelich Meijling onderhandelen met Spijkers’ advocaat over schadevergoeding.
1997: Defensie gaat in beroep tegen de verloren rechtszaak bij CRvB en wint dit keer. Media berichten over ‘partijdige’ rechter Vermeulen.
1998: Als gevolg van berichten in de media over de zaak-Spijkers stelt de ombudsman een onderzoek in naar AP-23-ongelukken in 1983 en 1984.
1999: Ombudsman noemt houding van Defensie in landmijnendrama ‘onthutsend’. Het Haagse Hof oordeelt dat bedrijfsartsen in de zaak-Spijkers voor fraude vervolgd moeten worden.
2000: Staatssecretaris Van Hoof geeft KPMG opdracht gedragingen van Defensie te onderzoeken, maar bedreigt Spijkers als deze zegt met belastende documenten naar de pers te willen stappen. Van Hoof zou hebben gezegd: ‘Dan heb ik een wapen voor je dat absoluut en onherroepelijk dodelijk voor je is.’
2001: KPMG stelt dat Spijkers en de weduwe door Defensie jarenlang en opzettelijk zijn misleid.
2002: Spijkers sluit overeenkomst met Staat en ontvangt 1,6 miljoen euro schadevergoeding.
2003: Spijkers ontvangt een koninklijke onderscheiding ter rehabilitatie.
2005: De belastingdienst claimt 915.123 euro over de belastingvrije schadevergoeding van Spijkers. Defensie grijpt niet accuraat in. Ombudsman Brenninkmeijer begint een onderzoek.
2006: Defensie kwam nagenoeg alle afspraken met Spijkers na, oordeelt ombudsman Brenninkmeijer.
2007: Defensie laat tot woede van Spijkers het volledige dossier verdwijnen in het Nationaal Archief, zodat niemand voorlopig nog de frauduleuze documenten kan inzien.
2008: Onderzoekers van de UvA publiceren onderzoek naar de zaak-Spijkers en hekelen gedragingen van ambtenaren, bewindslieden en de ombudsman.